(Corvus monedula)

Kauw

De kauw (Corvus monedula) is ongeveer even groot als de stadsduif.

Over de Kauw

Zijn verenkleed is overwegend zwart, maar met een grijs achterhoofd. Hij heeft een licht oog en een relatief kleine snavel. Het juveniel heeft een meer bruin-zwart verenkleed.

Specificaties

Wetenschappelijke naam Corvus monedula
Familie Corvidae
Habitat Hij is talrijk en wijdverspreid. Er wordt gebroed in kolonies in de directe omgeving van de mens, maar soms ook in bossen. Hij ontbreekt meestal in hooggebergte. Het is grotendeels een standvogel.
Voedsel Hij eet insecten, wormen, slakken, vruchten, jonge vogels, muizen en afval.
Hoogte 33-34cm
Gewicht 180-260g
Levensduur 1 - 20 Jaar
Broedtijd April - Mei
Nest Hij maakt een takkennest in hoge oude gebouwen, groeven, rotswanden, schoorstenen, maar ook in oude bomen met holen.
Geluid Hij heeft een luide en schelle roep. Hij roept kort en scherp 'kia' of 'kjak'. Dit wordt in een vliegende groep ook vaak herhaald en wabbelend.
Kenmerken Kauwen zijn de kleinste kraaiachtige vogels. Het zijn intelligente vogels die vroeger wel eens als huisdier werden gehouden. Als ze reeds jong met de mens in contact komen, kunnen ze erg tam worden. Het is tegenwoordig echter wettelijk niet meer toegestaan om kauwen te houden. Dit is overigens voor een goede reden, kauwen zijn zeer energieke vogels en in een kooitje kwijnen ze weg. Als kauwen ouder worden gaan ze vaak een soort paarbinding aan met hun verzorger en zien de rest van het gezin niet meer staan. Ze kunnen zelfs jaloers en agressief gaan reageren naar andere mensen.
Jongen 1 broedsel. 4 tot 6 gestippelde, lichtblauwe eieren

Kenmerken