De naam tongvaren heeft te maken met de langwerpige, ongedeelde bladeren: bij varens een hoge uitzondering. Hij heeft sterk gegolfde bladranden. De tongvaren is als inheemse plant vrij zeldzaam. De bladeren van de tongvaren zijn leerachtig. In het begin is de bladkleur lichtgroen, maar later wordt deze donkerder en gaat het blad glanzen.
Varens zijn niet in staat bloemen te produceren, maar hun bladvormen compenseren dit gemis ruimschoots. De naam Dubbelloof slaat op de twee soorten bladen: vruchtbare en onvruchtbare. De vruchtbare bladen staan rechtop en sterven in de herfst, terwijl de groenblijvende onvruchtbare overhangen of op de grond liggen. Het blad is leerachtig en diep ingesneden.
In het vroege voorjaar verschijnen de gebogen en geveerde, steriele bladeren als een trechtervorm aan de buitenzijde. In de late winter sterven alle bladeren af. De middelste zijn de vruchtbare bladeren, die als struisvogelveren in het hart van de plant staan. Deze bladeren bieden in de winter een schilderachtig uitzicht. De struisvaren kan als bodembedekking worden toegepast tussen bomen en struiken, of rondom de vijver.
Deze plant staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en stabiel. De naaldvaren dankt zijn naam aan zijn getande (genaalde) bladen. De wintergroene stijve naaldvaren heeft langwerpige bladeren in een trechtervorm. Ze zijn donkergroen, glanzend en leerachtig. Zoals alle varens groeit ook deze het best op vochtige en kalkrijke grond.